(iets voelt aangenaam aan de huid)
Deze trui is heel zacht.
De baby heeft een zachte huid.
Het kussen voelt lekker zacht aan.
(geluid of stem met weinig volume)
Kun je wat zachter praten?
De muziek stond lekker zacht op de achtergrond.
Praat alsjeblieft wat zachter, de kinderen slapen.
(iemand behandelt anderen rustig en aardig)
Hij is een zachte man die nooit boos wordt.
Wees zacht voor de kat, hij is nog klein.
Ze sprak op een zachte toon tegen haar oma.
(weer dat niet streng of koud is)
We hebben een zachte winter gehad.
Het was een zachte avond in april.
Door de klimaatverandering worden de winters steeds zachter.
(een straf of oordeel dat niet zwaar is)
De rechter gaf hem een zachte straf.
Mijn ouders waren altijd vrij zacht voor mij.
Hij kwam er met een opvallend zachte boete vanaf.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.