NEDERLANDS
🇬🇧

Zacht

AdjectiveA1

Attributive forms

Als je 'zacht' voor een zelfstandig naamwoord gebruikt, verandert het vaak in 'zachte'. Bijvoorbeeld: 'de zachte stof' of 'een zachte handdoek'. Bij onzijdige woorden in het enkelvoud gebruik je soms gewoon 'zacht', zoals in 'zacht brood'.

With definite article
With indefinite article
Without article

Predicative form

Na werkwoorden zoals 'zijn', 'worden' of 'voelen' gebruik je altijd 'zacht'. Bijvoorbeeld: 'De deken is zacht' of 'Het voelt zacht aan'.

Comparative

Om te zeggen dat iets zachter is dan iets anders, gebruik je 'zachter'. Bijvoorbeeld: 'Deze deken is zachter dan die deken'. Je kunt ook 'zachter dan' gebruiken: 'Dit kussen is zachter dan dat kussen'.

Base form
With "dan"

Superlative

Om te zeggen dat iets het zachtst is van alles, gebruik je 'zachtst' na 'het' en 'zachtste' voor het zelfstandig naamwoord. Bijvoorbeeld: 'Dit is het zachtst' of 'Dit is de zachtste deken'.

Attributive
Predicative

Important notes

  • usage:Bij sommige zelfstandige naamwoorden gebruik je 'zacht' zonder 'e', zoals in 'zacht brood'. Dit gebeurt vaak bij onzijdige woorden in het enkelvoud.
  • spelling:In de overtreffende trap wordt 'zachtst' gebruikt na 'het' en 'zachtste' voor het zelfstandig naamwoord.

Keep learning

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.