Zeggen
Verbmet woorden uitdrukken, spreken
(iemand spreekt om iets mee te delen)
Ik zeg wat ik denk.
Kun je dat nog een keer zeggen alsjeblieft?
- Simple
Hij spreekt vloeiend Nederlands.
- Past Tense
Gisteren sprak zij urenlang met haar vriendin.
- Interrogative
Kun jij met de manager spreken over de nieuwe regels?
- Context & Scenario
Na schooltijd moeten we met de leraar spreken over ons project.
- Related Word
Ze hebben hun gedachten met ons gedeeld in klare taal.
- Complex
Hoewel hij zenuwachtig was, sprak hij met veel zelfvertrouwen tijdens de presentatie.
- Present Tense
Ik spreek vaak met mijn buren.
- Declarative
Zij spreken altijd eerlijk en direct.
- Context & Scenario
Aan tafel spreken we altijd over onze dag.
- Synonym
Wil je dat nog een keer uitleggen in andere woorden?
- Compound
Zij spreekt heel zacht, maar haar woorden zijn duidelijk.
- Future Tense
Morgen zullen we met de leraar spreken over de opdracht.
- Imperative
Spreek duidelijk als je presenteert.
- Context & Scenario
Tijdens het feest sprak hij met oude vrienden.
- Idiomatic
Ze spraken honderd uit over hun vakantieplannen.
iets overbrengen met woorden
(iemand zegt wat hij denkt)
Ze zegt altijd wat er op haar hart ligt.
Kun je me zeggen hoe laat het is?
- Simple
Ik spreek elke dag met hem.
- Compound
Ik wil met je spreken, maar ik heb nu geen tijd.
- Present Tense
Ik spreek met mijn vrienden over het weer.
- Past Tense
We spraken gisteren over ons project.
- Future Tense
Ik zal morgen met haar spreken over de plannen.
- Declarative
Hij spreekt altijd rustig en bedachtzaam.
- Imperative
Spreek duidelijk tijdens je presentatie!
- Interrogative
Spreek je vaak met je buren?
- Complex
Aangezien hij elke dag spreekt, kent iedereen zijn mening.
- Context & Scenario
Ik spreek met mijn moeder tijdens het ontbijt.
- Context & Scenario
We moeten spreken over de nieuwe taakverdeling.
- Context & Scenario
Tijdens het feestje sprak hij enthousiast over zijn vakantie.
- Synonym
Hij communiceert vaak zijn gedachten helder.
- Related Word
We discuteren over het probleem tot we een oplossing vinden.
- Idiomatic
Hij spreekt honderduit als hij een goed idee heeft.
een bepaalde naam geven
(iemand zegt hoe iets heet)
Hoe zeg je dat in het Frans?
Ze zeggen deze vogel een papegaai.
- Simple
Ik zal de nieuwe pup Max benoemen.
- Past Tense
Afgelopen jaar hebben ze naar iedere ster een naam benoemd tijdens het project.
- Imperative
Benoemen jullie dat schilderij met zorg!
- Complex
Op het feestje benoemde zij hem de beste danser.
- Idiomatic
Hij zal zijn nieuwe fiets zeker een eigen naam geven.
- Compound
Hij wil zijn zoon Johan benoemen, maar zijn vrouw heeft liever een andere naam.
- Present Tense
Ze benoemt dingen vaak op een andere manier dan wij gewend zijn.
- Declarative
Hij benoemt altijd zijn auto's naar beroemde kunstenaars.
- Simple
Iedereen benoemt zijn huisdier met een speciale naam.
- Synonym
Zij refereert vaak naar de stad als haar tweede thuis.
- Complex
Toen we de kaart bestudeerden, benoemde de gids alle belangrijke bezienswaardigheden.
- Future Tense
Volgende week zullen we het nieuwste project officieel benoemen.
- Interrogative
Hoe zou je deze kleur benoemen?
- Compound
Tijdens de geschiedenisles benoemde de leraar de periode als de Gouden Eeuw.
- Related Word
De jury gaf de prijswinnaar een ere-titel.
meedelen, aankondigen
(iemand zegt nieuws of informatie)
De directeur zei dat het bedrijf gaat uitbreiden.
Ze zei dat ze morgen op vakantie gaat.
- Compound
Ze kondigde haar vertrek aan, maar niemand wist precies waarom.
- Complex
De manager kondigde aan dat er veranderingen zouden plaatsvinden, omdat de huidige strategie niet werkt.
- Simple
De president kondigt nieuwe maatregelen aan.
- Present Tense
De minister kondigt belangrijke veranderingen aan.
- Past Tense
De baas kondigde gisteren het nieuwe beleid aan.
- Future Tense
Ze zal morgen haar plannen aankondigen.
- Declarative
Hij deelt de resultaten van zijn onderzoek mee.
- Interrogative
Zult u de veranderingen officieel aankondigen?
- Imperative
Deel de datum van het evenement mee aan iedereen.
- Interrogative
Hij kondigt de verkoop van zijn auto aan.
- Declarative
Tijdens de vergadering kondigt hij nieuwe richtlijnen aan.
- Present Tense
Ze kondigt haar verjaardag aan bij haar vrienden.
- Synonym
Hij maakt zijn plannen kenbaar aan zijn team.
- Related Word
Het bericht dat ze aan iedereen meedeelde, was verrassend.
- Idiomatic
Hij kondigde zijn beslissing aan en viel daarmee met de deur in huis.
een indruk maken of betekenen
(iets zegt iemand iets)
De naam zegt me niets, ken ik die persoon?
Ze zeggen dat deze film veel belooft.
- Complex
Hoewel hij een moeilijke jeugd had, betekent zijn doorzettingsvermogen nu heel veel voor zijn carrière.
- Future Tense
Het nieuwe project zal wellicht veel betekenen voor de toekomst van het bedrijf.
- Imperative
Verlies de aandacht niet en begrijp wat het voor je kan betekenen.
- Future Tense
Zijn woorden zullen in de toekomst veel voor ons betekenen.
- Imperative
Doe moeite en laat zien wat het voor je kan betekenen!
- Synonym
Het winnen van deze prijs betekent veel in iemands carrière.
- Idiomatic
Voor hem was het een sprong in het diepe, maar het betekende veel waardering van zijn collega's.
- Compound
De muziek was mooi en de dans betekende veel voor iedereen in de zaal.
- Past Tense
De woorden van de leraar betekenden destijds veel voor zijn studenten.
- Interrogative
Wat betekent deze regel precies voor uw functie?
- Past Tense
Die onderscheiding betekende veel voor haar carrière.
- Interrogative
Betekenen deze veranderingen veel voor jouw dagelijkse routine?
- Related Word
De uitkomst bracht veel teweeg onder de studenten.
- Simple
Dit boek betekent veel voor mij.
- Present Tense
Deze plek betekent veel voor de lokale gemeenschap en is een symbool van hun geschiedenis.
- Declarative
De ring betekent veel voor haar.
- Present Tense
Deze foto betekent veel voor me, want het is een herinnering aan een mooie dag.
- Declarative
Deze gebeurtenis betekent veel in haar leven.
bevelen of instrueren
(iemand zegt wat een ander moet doen)
De dokter zei dat ik meer moest rusten.
Zij zei haar zoon om zijn kamer op te ruimen.
- Simple
De leraar beval de leerlingen stil te zijn.
- Future Tense
Morgen zal zij bevelen alle deuren te sluiten.
- Imperative
Beveel hem om het boek terug te brengen!
- Context & Scenario
Op het feestje beval de DJ de muziek hard aan te zetten.
- Idiomatic
Met een knipoog beval hij haar door de vingers te zien.
- Complex
De chef, die veel ervaring heeft, beveelt de nieuwe medewerkers om goed op te letten.
- Past Tense
Gisteren beval de directeur ons vroeg te vertrekken.
- Declarative
Zij beveelt de werknemers hun taken te voltooien.
- Context & Scenario
Tijdens de vergadering beval de manager extra rapporten te maken.
- Synonym
De aanvoerder beval zijn team de bal te dribbelen.
- Compound
Zij beveelt hem zijn huiswerk te maken, maar hij luistert niet.
- Present Tense
Hij beveelt zijn hond te zitten.
- Interrogative
Beveelde hij je om het project eerder af te maken?
- Context & Scenario
Ik beveel mijn kinderen de kamer op te ruimen na het spelen.
- Related Word
Zij gebruikte enkele instructies om het team te leiden.
betekenen, aangeven
(een teken of symbool zegt iets)
Het symbool zegt dat je hier niet mag roken.
Zijn blik zei meer dan duizend woorden.
- Compound
Het rode licht betekent stoppen, en het groene licht betekent doorgaan.
- Complex
Als het symbool rood is, betekent het dat je moet wachten.
- Simple
Het stoplicht betekent dat je moet stoppen.
- Present Tense
Het verkeersbord betekent dat parkeren hier verboden is.
- Future Tense
Dit symbool zal betekenen dat er een gevaarlijke situatie is.
- Past Tense
De bel betekende dat de les was afgelopen.
- Declarative
De kleur groen betekent rust en natuur.
- Imperative
Let op het bord en begrijp wat het betekent!
- Context & Scenario
Tijdens een discussie kan een gebaar veel betekenen.
- Idiomatic
Hij was zo boos dat hij een gezicht trok alsof hij een klok had zien ontsnappen.
- Interrogative
Wat betekent dat vreemde teken op de muur?
- Context & Scenario
In de klas leer je wat de verschillende symbolen betekenen.
- Related Word
De tekst op het bord geeft aan wanneer het museum sluit.
- Context & Scenario
Het symbool op de deur betekent dat het toilet bezet is.
- Synonym
Het icoontje impliceert dat de batterij bijna leeg is.
- Simple
Het logo betekent veel voor het merk.