🇳🇱

Enkelvoudsvormen

Het woord 'kamer' is een zelfstandig naamwoord dat duidt op een ruimte in een gebouw.

Bepaald (de/het)
de kamer
"De kamer is groot."
Onbepaald (een)
een kamer
"Ik heb een kamer gehuurd."
Zonder lidwoord
kamer
"Kamer nummer drie is bezet."

Meervoudsvormen

De meervoudsvorm van 'kamer' is 'kamers', en dat verwijst naar meerdere ruimtes.

Bepaald (de)
de kamers
"De kamers zijn schoon."
Zonder lidwoord
kamers
"Er zijn kamers beschikbaar."

Verkleinwoord

kamertje
"Het kamertje is warm."

Diminutief geeft een schattige of kleinere indruk.

informeel

Veelgebruikte samenstellingen

  • zithoek

    "In de zithoek staan een bank en een stoel."

    Een hoek in de kamer met zitmeubels.

  • slaapkamer

    "Mijn slaapkamer is op de bovenverdieping."

    Een kamer om in te slapen.

Veelgebruikte woordcombinaties

  • mooi

    "Een mooie kamer heeft uitzicht op de tuin."

    'Mooi' beschrijft de esthetische kwaliteit.

  • verhuizen naar

    "Ik ga verhuizen naar een grotere kamer."

    'Verhuizen naar' geeft aan dat je naar een nieuwe kamer gaat.

Belangrijke opmerkingen

  • countability:'Kamer' is een telbaar zelfstandig naamwoord.
  • register:In formele situaties zou je kunnen zeggen 'vertrekken' in plaats van 'kamers'.
  • usage:'Kamer' wordt vaak gebruikt in dagelijkse gesprekken.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.