🇳🇱

Enkelvoudsvormen

"Kerk" is een zelfstandig naamwoord en betekent een gebouw voor religieuze diensten.

Bepaald (de/het)
de kerk
"De kerk staat in het dorp."
Onbepaald (een)
een kerk
"Er staat een kerk aan het eind van de straat."
Zonder lidwoord
kerk
"Kerken zijn belangrijk voor de gemeenschap."

Meervoudsvormen

De pluralis van "kerk" is "kerken".

Bepaald (de)
de kerken
"De kerken in de stad zijn historisch."
Zonder lidwoord
kerken
"Er staan verschillende kerken in deze wijk."

Verkleinwoord

kerkje
"Het kerkje is heel schattig."

Diminutieven geven vaak een schattige of kleinere versie aan of een gevoel van liefde.

informal

Veelgebruikte samenstellingen

  • kerkgebouw

    "Het kerkgebouw is onlangs gerenoveerd."

    gebouwen waar de kerk diensten houdt

  • kerkorganisatie

    "De kerkorganisatie werkt aan liefdadigheidsprojecten."

    organisatie die verbonden is met een kerk

  • kerkdienst

    "Er is een kerkdienst op zondag."

    dienst die in de kerk wordt gehouden

Veelgebruikte woordcombinaties

  • kerk en staat

    "In Nederland zijn kerk en staat gescheiden."

    Deze uitdrukking verwijst naar de scheiding tussen religie en overheid.

  • naar de kerk gaan

    "Ik ga elke zondag naar de kerk."

    Deze uitdrukking betekent dat iemand religieuze diensten bijwoont.

Belangrijke opmerkingen

  • countability:"Kerk" is een telbaar zelfstandig naamwoord.
  • register:Formeel gebruik in juridische en administratieve contexten.
  • usage:In informele spraak wordt het ook gebruikt als metafoor voor de gemeenschap.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.