Aan
Bijvoeglijk naamwoordA1
Attributieve vormen
Als je zegt 'de aan kleur' of 'een aan huis', gebruik je 'aan' vóór het zelfstandig naamwoord.
- Met bepaald lidwoord
- Met onbepaald lidwoord
- Zonder lidwoord
Predicatieve vorm
Na 'zijn' of 'worden' gebruik je altijd 'aan': De kleur is aan.
Vergrotende trap
Bij vergelijkingen met 'aan' kan je zeggen: 'Deze is aan dan die.' Dit betekent dat iets meer 'aan' is dan iets anders.
- Grondvorm
- Met "dan"
Overtreffende trap
Bij de overtreffende trap zeg je: 'de aanste'. Bijvoorbeeld: 'Dit is de aanste stoel' om aan te geven dat iets het meest aan is.
- Attributief
- Predicatief
Blijf leren
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.