Aanhouden
Hulpwerkwoord
hebben
onregelmatig werkwoord, scheidbaar werkwoord
'Aanhouden' kan zowel 'arresteren' als 'volhouden' betekenen, afhankelijk van de context.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
Verleden tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
jij / je, u, jullie
Voorbeelden
De politieagent houdt de verdachte aan.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij heeft de dief aangehouden.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Als je zo doorgaat, houd je het niet lang meer vol.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Houd vol, je bent er bijna!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.