🇳🇱

Aanschaffen

Hulpwerkwoord

hebben

werkwoord

Het werkwoord 'aanschaffen' duidt op de actie van kopen of verkrijgen van iets.

Infinitief

Tegenwoordig deelwoord

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • ik

  • jij / je, u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

Verleden tijd

  • ik

  • jij / je

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, u

Voltooid deelwoord

Aanvoegende wijs

Gebiedende wijs

Voorbeelden

  • Morgen ga ik een nieuwe tafel aanschaffen.

    tegenwoordige tijd, indicatief

  • Heeft hij die boeken al aangeschaft?

    voltooid deelwoord, indicatief

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.