Aanschaffen
WerkwoordB1
Hulpwerkwoord
hebben
werkwoord
Het werkwoord 'aanschaffen' duidt op de actie van kopen of verkrijgen van iets.
Infinitief
Tegenwoordig deelwoord
Tegenwoordige tijd
ik
ik
jij / je, u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
Verleden tijd
ik
jij / je
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, u
Voltooid deelwoord
Aanvoegende wijs
Gebiedende wijs
Voorbeelden
Morgen ga ik een nieuwe tafel aanschaffen.
tegenwoordige tijd, indicatief
Heeft hij die boeken al aangeschaft?
voltooid deelwoord, indicatief
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.