Aansteken
Hulpwerkwoord
hebben
onregelmatig werkwoord, separabel werkwoord
'Aansteken' kan zowel letterlijk (vuur maken) als figuurlijk (emoties of ziekten overdragen) gebruikt worden.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
Verleden tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
jullie
Voorbeelden
Ik steek de barbecue aan om te beginnen met koken.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij stak gisteren het kampvuur aan tijdens het kamperen.
verleden tijd, aantonende wijs
Zij heeft de kaarsen aangestoken voor de avondmaaltijd.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Steek de lamp aan, het is hier te donker!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.