Aanstoten
Hulpwerkwoord
hebben
onregelmatig (sterk en zwak), overgankelijk en wederkerend
Het werkwoord 'aanstoten' kan zowel letterlijk (twee glazen tegen elkaar tikken) als figuurlijk (iemand aansporen of provoceren) gebruikt worden. In de figuurlijke betekenis heeft het vaak een negatieve connotatie.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Voorbeelden
Tijdens het feest stootten we onze glazen aan op het bruidspaar.
verleden tijd, aantonende wijs
Als je je glas niet aanstoot, drink je niet mee!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Hij heeft zijn collega aangestoten om hem te waarschuwen voor de baas.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Ik stootte me aan zijn onbeleefde opmerking.
verleden tijd, aantonende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.