Aanzetten
Hulpwerkwoord
hebben
overgankelijk werkwoord
Het werkwoord 'aanzetten' betekent letterlijk het starten van een apparaat of machine, maar kan ook figuurlijk gebruikt worden, bijvoorbeeld om iemand aan te moedigen iets te doen.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
Verleden tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie
Gebiedende wijs
Voorbeelden
Kun je de verwarming aanzetten? Het is koud hier.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij heeft de televisie aangezet om het nieuws te kijken.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Zet de radio aan, er is een interessant programma!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
De docent zette de studenten aan om harder te werken.
verleden tijd, aantonende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.