NEDERLANDS
🇳🇱

Afblijven

WerkwoordA2

Hulpwerkwoord

hebben

onregelmatig werkwoord, scheidbaar samengesteld werkwoord

'Afblijven' betekent dat je iets niet aanraakt of er niet mee omgaat, vaak omdat het niet van jou is of omdat het gevaarlijk kan zijn.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

Voorbeelden

  • Blijf van mijn auto af, die is net gewassen!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Hij bleef van de taart af omdat hij allergisch is voor noten.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Het is beter dat je van die oude medicijnen afblijft.

    tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

  • Zij heeft de hele dag van de koekjes afgebleven.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.