NEDERLANDS
🇳🇱

Afbijten

WerkwoordA2

Hulpwerkwoord

hebben

onregelmatig werkwoord, scheidbaar samengesteld werkwoord

Het werkwoord 'afbijten' betekent letterlijk een stuk van iets afhalen door te bijten. Het kan ook figuurlijk gebruikt worden, bijvoorbeeld om aan te geven dat iemand iets moeilijks begint.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

Verleden tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie

Gebiedende wijs

Voorbeelden

  • Ik bijt een stuk van de kaas af.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Zij beet gisteren een hap van de taart af.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Wij hebben allemaal een stuk van de pizza afgebeten.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Bijt niet te grote stukken van de koek af!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.