🇳🇱

Afgelopen

Bijvoeglijk naamwoordB1

Attributieve vormen

Als je zegt 'de afgelopen tijd' of 'de afgelopen week', gebruik je 'afgelopen' vóór het zelfstandig naamwoord. Het geeft een periode aan die net voorbij is.

Met bepaald lidwoord
Met onbepaald lidwoord
Zonder lidwoord

Predicatieve vorm

Na 'zijn' of 'worden' gebruik je altijd 'afgelopen': De week is afgelopen. Dit betekent dat de week voorbij is.

Vergrotende trap

Voor de vergelijking gebruik je 'afgelopener': De afgelopener tijd was stressvoller. Dit vergelijk je met een andere periode.

Grondvorm
Met "dan"

Overtreffende trap

Voor de superlative gebruik je 'afgelopenste': De afgelopenste dagen waren mooi. Dit betekent dat het de meest recente dagen zijn.

Attributief
Predicatief

Belangrijke opmerkingen

  • usage:'Afgelopen' wordt vaak gebruikt in de context van tijd en verwijst naar de periode die net is verstreken.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.