NEDERLANDS
🇳🇱

Hulpwerkwoord

hebben

Scheidbaar werkwoord

'Afhalen' betekent iets ophalen op een afgesproken plaats, vaak in de context van bestellingen, pakketten of personen.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Voorbeelden

  • Ik haal mijn bestelling vanavond af.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Heb je het pakket al afgehaald?

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hij haalde gisteren zijn nieuwe fiets af.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Haal jij de kinderen straks af?

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.