🇳🇱

Afkijken

Infinitief

Tegenwoordig deelwoord

Voorbeelden

  • Ik kijk altijd af bij de leraar als ik het niet begrijp.

    tegenwoordige tijd (ik kijk af), indicatief

  • Gisteren keek ik af van mijn klasgenoot.

    verleden tijd (keek af), indicatief

  • Als je niet kunt antwoorden, kijk dan af.

    gebiedende wijs (kijk af), imperatief

  • Zij keken af tijdens de toets.

    verleden tijd (keken af), indicatief

  • Hij heeft het afgekeken van een boek.

    voltooid deelwoord (afgekeken), indicatief

  • U kijkt toch af van de juiste bron?

    tegenwoordige tijd (u kijkt af), indicatief

  • Jullie kijke af om betere cijfers te krijgen.

    aanvoegende wijs (kijke af), conjunctief

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.