Afkomen
Hulpwerkwoord
zijn of hebben (afhankelijk van de context: 'zijn' voor beweging of verandering, 'hebben' voor voltooide acties)
onregelmatig werkwoord, scheidbaar samengesteld werkwoord
'Afkomen' betekent vaak 'ergens vanaf komen' of 'iets kwijtraken'. Het kan zowel letterlijk (fysiek) als figuurlijk (bijv. van een probleem afkomen) gebruikt worden.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
Verleden tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik
hij, zij / ze, het
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Voorbeelden
Ik kom van mijn werk af om vijf uur.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Ben je van die hoofdpijn afgekomen?
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij kwam van zijn fiets af toen hij viel.
verleden tijd, aantonende wijs
Kom van die stoel af!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.