Afwachten
Hulpwerkwoord
hebben
scheidbaar werkwoord
Het werkwoord 'afwachten' drukt vaak geduld of het uitstellen van actie uit tot een bepaald moment of gebeurtenis.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
Verleden tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Voorbeelden
Ik wacht het juiste moment af om met hem te praten.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Zij heeft de uitslag van het examen afgewacht.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Wij wachtten tot de regen ophield af.
verleden tijd, aantonende wijs
Wacht even af voordat je antwoord geeft!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.