Afwassen
Hulpwerkwoord
hebben
regelmatig werkwoord (zwak werkwoord)
Het werkwoord 'afwassen' wordt vaak gebruikt in de context van huishoudelijke taken, met name het schoonmaken van servies en kookgerei na gebruik.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
Verleden tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
jullie
Voorbeelden
Ik was elke avond de borden af.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Heb je de glazen al afgewassen?
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Wij wasten samen de afwas af na het feest.
verleden tijd, aantonende wijs
Was de pannen af voordat je gaat slapen!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.