NEDERLANDS
🇳🇱

Afwezig

Bijvoeglijk naamwoordA2

Attributieve vormen

Als je 'afwezig' vóór een zelfstandig naamwoord gebruikt, verandert het vaak naar 'afwezige'. Bijvoorbeeld: 'de afwezige collega' of 'een afwezige blik'. Dit geldt voor zowel de- als het-woorden. Bij onzijdige woorden in het enkelvoud zonder lidwoord gebruik je soms 'afwezig', zoals in 'afwezig personeel'.

Met bepaald lidwoord
Met onbepaald lidwoord
Zonder lidwoord

Predicatieve vorm

Na werkwoorden zoals 'zijn', 'worden' of 'blijven' gebruik je altijd 'afwezig'. Bijvoorbeeld: 'Hij is afwezig' of 'Zij blijft afwezig'. Je gebruikt hier nooit 'afwezige'.

Vergrotende trap

Om te zeggen dat iemand of iets 'meer afwezig' is, gebruik je 'afweziger'. Bijvoorbeeld: 'Hij is afweziger dan vorige week'. In de praktijk zeggen veel mensen echter 'meer afwezig' in plaats van 'afweziger'.

Grondvorm
Met "dan"

Overtreffende trap

Voor de overtreffende trap gebruik je 'afwezigst' of 'afwezigste'. 'Afwezigst' gebruik je na 'zijn' of 'worden', zoals in 'Hij is het afwezigst'. 'Afwezigste' gebruik je vóór een zelfstandig naamwoord, zoals in 'de afwezigste leerling'. Ook hier zeggen veel mensen liever 'meest afwezig'.

Attributief
Predicatief

Belangrijke opmerkingen

  • irregular:De vergrotende en overtreffende trap van 'afwezig' zijn onregelmatig en worden niet vaak gebruikt in alledaagse taal. Vaak wordt in plaats daarvan 'meer afwezig' of 'meest afwezig' gezegd.
  • usage:'Afwezig' kan zowel letterlijk (fysiek niet aanwezig) als figuurlijk (mentaal niet aanwezig) gebruikt worden.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.