Bijvoeglijk naamwoord
Attributieve vormen
Als je zegt 'de afwisselende activiteiten' of 'een afwisselend programma', gebruik je 'afwisselende' of 'afwisselend' vóór het zelfstandig naamwoord.
- Met bepaald lidwoord
- de afwisselende
- "De afwisselende activiteiten zijn leuk."
- Met onbepaald lidwoord
- een afwisselend
- "Een afwisselend programma is interessant."
- Zonder lidwoord
- afwisselend
- "Afwisselend werk is belangrijk."
Predicatieve vorm
Na 'zijn' of 'worden' gebruik je altijd 'afwisselend': De les is afwisselend.
Vergrotende trap
Voor de vergrotende trap gebruik je 'afwisselender' als je iets vergelijkt: Deze cursus is afwisselender dan de vorige.
- Grondvorm
- afwisselender
- "Deze cursus is afwisselender dan de vorige."
- Met "dan"
- afwisselender
- "Ik vind dit boek afwisselender than dat boek."
Overtreffende trap
Voor de overtreffende trap gebruik je 'afwisselendste': Hij is de afwisselendste spreker van het evenement.
- Attributief
- de afwisselendste
- "Hij is de afwisselendste spreker van de dag."
- Predicatief
- afwisselendst
- "Dit is het afwisselendst programma op televisie."
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.