🇳🇱

Afwisselend

Bijvoeglijk naamwoord

Attributieve vormen

Als je zegt 'de afwisselende activiteiten' of 'een afwisselend programma', gebruik je 'afwisselende' of 'afwisselend' vóór het zelfstandig naamwoord.

Met bepaald lidwoord
Met onbepaald lidwoord
Zonder lidwoord

Predicatieve vorm

Na 'zijn' of 'worden' gebruik je altijd 'afwisselend': De les is afwisselend.

Vergrotende trap

Voor de vergrotende trap gebruik je 'afwisselender' als je iets vergelijkt: Deze cursus is afwisselender dan de vorige.

Grondvorm
Met "dan"

Overtreffende trap

Voor de overtreffende trap gebruik je 'afwisselendste': Hij is de afwisselendste spreker van het evenement.

Attributief
Predicatief

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.