Afwisselend
Bijvoeglijk naamwoord
Attributieve vormen
Als je zegt 'de afwisselende activiteiten' of 'een afwisselend programma', gebruik je 'afwisselende' of 'afwisselend' vóór het zelfstandig naamwoord.
- Met bepaald lidwoord
- Met onbepaald lidwoord
- Zonder lidwoord
Predicatieve vorm
Na 'zijn' of 'worden' gebruik je altijd 'afwisselend': De les is afwisselend.
Vergrotende trap
Voor de vergrotende trap gebruik je 'afwisselender' als je iets vergelijkt: Deze cursus is afwisselender dan de vorige.
- Grondvorm
- Met "dan"
Overtreffende trap
Voor de overtreffende trap gebruik je 'afwisselendste': Hij is de afwisselendste spreker van het evenement.
- Attributief
- Predicatief
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.