Attributieve vormen
Als je zegt 'de alleenste persoon', gebruik je 'alleenste' vóór het zelfstandig naamwoord.
- Met bepaald lidwoord
- de alleenste
- "Hij is de alleenste in de klas."
- Met onbepaald lidwoord
- een alleen
- "Dit is een alleen persoon."
- Zonder lidwoord
- alleen
- "Ze is alleen."
Predicatieve vorm
Na 'zijn' of 'worden' gebruik je altijd 'alleen': Hij is alleen.
Vergrotende trap
Bij 'alleenere' geef je aan dat iemand of iets meer alleen is dan iets anders. Bijvoorbeeld: 'Zij is alleenere dan jij.'
- Grondvorm
- alleen
- "Ze voelt zich alleen."
- Met "dan"
- allenere
- "Hij is allenere dan zij."
Overtreffende trap
Gebruik 'alleenste' om de meest alleen te beschrijven, zoals in 'Hij is de alleenste van zijn vrienden.'
- Attributief
- de alleenste
- "Zij is de alleenste van allemaal."
- Predicatief
- alleenst
- "Dat is de alleenst die ik ken."
Belangrijke opmerkingen
- usage:'Alleen' wordt vaak gebruikt om te zeggen dat iemand of iets geen gezelschap heeft.
- irregular:Het heeft onregelmatige vormen in de vergrotende en overtreffende trap.
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.