Bijvoeglijk naamwoord
Attributieve vormen
Als je zegt 'de andere stoel' of 'een ander idee', gebruik je 'ander' vóór het zelfstandig naamwoord.
- Met bepaald lidwoord
- de/het andere
- "De andere kleur is mooier."
- Met onbepaald lidwoord
- een ander
- "Ik wil een ander boek lezen."
- Zonder lidwoord
- ander
- "Ander voedsel is belangrijk."
Predicatieve vorm
Na 'zijn' gebruik je 'anders': De situatie is anders.
Vergrotende trap
Als je dingen vergelijkt, gebruik je 'anders': Hij denkt anders dan ik.
- Grondvorm
- anders
- "Hij doet het anders."
- Met "dan"
- anders dan
- "Ze denkt anders dan haar vriend."
Overtreffende trap
Voor het hoogste niveau gebruik je 'het anders': Dit is het anders dat ik ooit heb gehoord.
- Attributief
- het anders
- "Dit is het anders muziekstuk dat ik ken."
- Predicatief
- het anders
- "Dit is het anders wat ik ooit heb gehoord."
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.