Anker
Enkelvoudsvormen
'Anker' wordt meestal in het enkelvoud gebruikt als je het over één anker hebt. Het is een concreet zelfstandig naamwoord.
- Bepaald (de/het)
- Onbepaald (een)
- Zonder lidwoord
Meervoudsvormen
De meervoudsvorm van 'anker' is 'ankers'. Dit gebruik je als je over meerdere ankers praat.
- Bepaald (de)
- Zonder lidwoord
Verkleinwoord
Het diminutief 'ankertje' wordt vaak gebruikt om iets kleins of schattigs aan te duiden, zoals een anker van een speelgoedboot of een symbolisch anker.
informeel
Veelgebruikte samenstellingen
ankerplaats
Een plek waar een schip voor anker kan gaan.
ankerketting
De ketting waaraan het anker vastzit.
ankerlier
Een apparaat om het anker op te hijsen.
Veelgebruikte woordcombinaties
uitgooien
Het werkwoord 'uitgooien' wordt vaak gebruikt met 'anker' om aan te geven dat het anker in het water wordt gegooid.
lichten
Het werkwoord 'lichten' betekent het anker uit het water halen.
vast
Het bijvoeglijk naamwoord 'vast' wordt gebruikt om aan te geven dat het anker stevig op zijn plaats zit.
Belangrijke opmerkingen
- usage:'Anker' kan ook figuurlijk gebruikt worden om iets of iemand aan te duiden dat steun of stabiliteit biedt, bijvoorbeeld: 'Zij is mijn anker in deze moeilijke tijd.'
- countability:'Anker' is een telbaar zelfstandig naamwoord. Je kunt dus spreken van 'één anker', 'twee ankers', enzovoorts.
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.