🇳🇱
deZelfstandig naamwoordA2

Enkelvoudsvormen

De apotheek is een plek waar je medicijnen kunt krijgen.

Bepaald (de/het)
de apotheek
"De apotheek is vlakbij."
Onbepaald (een)
een apotheek
"Ik zoek een apotheek."
Zonder lidwoord
apotheek
"Apotheek is belangrijk voor medicijnen."

Meervoudsvormen

Meerdere apotheken zijn vaak in een stad of dorp.

Bepaald (de)
de apotheken
"De apotheken zijn open."
Zonder lidwoord
apotheken
"Ik zie geen apotheken hier."

Verkleinwoord

apotheekje
"Het apotheekje in de straat is gesloten."

Het diminutief kan schattig of kleinschalig impliceren.

informeel

Veelgebruikte samenstellingen

  • huisapotheek

    "Zij heeft een huisapotheek voor haar medicijnen."

    apotheek aan huis

  • apotheekmedewerker

    "De apotheekmedewerker helpt me met mijn vragen."

    iemand die in een apotheek werkt

Veelgebruikte woordcombinaties

  • recept bij de apotheek

    "Als je een recept hebt, ga je naar de apotheek."

    Geleverd door een arts en benodigd voor medicijnen.

  • medicijnen van de apotheek

    "Ik haal mijn medicijnen van de apotheek."

    De apotheek verkoopt vaak medicijnen op recept en inkoop.

Belangrijke opmerkingen

  • countability:Apotheek is telbaar, je kunt zeggen 'twee apotheken'.
  • usage:Gebruik 'de apotheek' als je over specifieke apotheken praat.
  • register:Informeel gebruik heeft vaak met persoonlijke ervaring te maken.
  • irregular:Er zijn geen bijzondere onregelmatigheden bij dit woord.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.