Appartement
Enkelvoudsvormen
Het appartement is onzijdig, dus gebruik je altijd het lidwoord 'het' in het enkelvoud.
- Bepaald (de/het)
- Onbepaald (een)
- Zonder lidwoord
Meervoudsvormen
In het meervoud voeg je '-en' toe: 'appartementen'. Het lidwoord is dan 'de'.
- Bepaald (de)
- Zonder lidwoord
Verkleinwoord
Klinkt vriendelijk en vaak klein of knus; wordt gebruikt voor kleine, charmante woningen.
informeel
Veelgebruikte samenstellingen
vakantieappartement
appartement dat je huurt tijdens een vakantie
luxeappartement
duur en chic appartement met veel comfort
penthouseappartement
appartement op de bovenste verdieping van een gebouw
studentenappartement
klein appartement voor studenten
Veelgebruikte woordcombinaties
huren
Heel gebruikelijke combinatie: je kunt een appartement huren of verhuren.
kopen
Wanneer je eigenaar wordt van een appartement, gebruik je het werkwoord kopen.
verdieping
Je geeft vaak aan op welke verdieping een appartement zich bevindt.
inrichten
Een appartement wordt ingericht met meubels en decoratie.
Belangrijke opmerkingen
- usage:In Nederland wordt 'appartement' gebruikt voor een zelfstandige woning in een groter gebouw; in België spreekt men ook vaak van 'flat'.
- countability:Appartement is telbaar: je kunt één appartement, twee appartementen of meerdere appartementen hebben.
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.