🇳🇱

Appartement

hetZelfstandig naamwoordA1

Enkelvoudsvormen

Het appartement is onzijdig, dus gebruik je altijd het lidwoord 'het' in het enkelvoud.

Bepaald (de/het)
Onbepaald (een)
Zonder lidwoord

Meervoudsvormen

In het meervoud voeg je '-en' toe: 'appartementen'. Het lidwoord is dan 'de'.

Bepaald (de)
Zonder lidwoord

Verkleinwoord

Klinkt vriendelijk en vaak klein of knus; wordt gebruikt voor kleine, charmante woningen.

informeel

Veelgebruikte samenstellingen

  • vakantieappartement

    appartement dat je huurt tijdens een vakantie

  • luxeappartement

    duur en chic appartement met veel comfort

  • penthouseappartement

    appartement op de bovenste verdieping van een gebouw

  • studentenappartement

    klein appartement voor studenten

Veelgebruikte woordcombinaties

  • huren

    Heel gebruikelijke combinatie: je kunt een appartement huren of verhuren.

  • kopen

    Wanneer je eigenaar wordt van een appartement, gebruik je het werkwoord kopen.

  • verdieping

    Je geeft vaak aan op welke verdieping een appartement zich bevindt.

  • inrichten

    Een appartement wordt ingericht met meubels en decoratie.

Belangrijke opmerkingen

  • usage:In Nederland wordt 'appartement' gebruikt voor een zelfstandige woning in een groter gebouw; in België spreekt men ook vaak van 'flat'.
  • countability:Appartement is telbaar: je kunt één appartement, twee appartementen of meerdere appartementen hebben.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.