🇳🇱
deZelfstandig naamwoord

Enkelvoudsvormen

Het woord 'arm' verwijst naar het lichaamsdeel dat vanaf de schouder naar de hand loopt.

Bepaald (de/het)
de arm
"De arm is gebroken."
Onbepaald (een)
een arm
"Ik heb een pijn in mijn arm."
Zonder lidwoord
arm
"Arm is een belangrijk lichaamsdeel."

Meervoudsvormen

De armen verwijzen naar meerdere lichaamsdelen.

Bepaald (de)
de armen
"De armen zijn sterk."
Zonder lidwoord
armen
"Ik heb geen armen gezien."

Verkleinwoord

armpje
"Hij heeft een schattig armpje."

Diminutief maakt het woord schattiger of kleiner.

informal

Veelgebruikte samenstellingen

  • armstoel

    "Ik zit graag in mijn armstoel."

    Een stoel met armsteunen.

  • armband

    "Zij draagt een mooie armband."

    Een sieraad voor om de arm.

Veelgebruikte woordcombinaties

  • gebroken arm

    "Hij heeft een gebroken arm."

    Een veelvoorkomende uitdrukking voor een verwonding.

  • zwakke arm

    "Ze heeft een zwakke arm na de operatie."

    Geeft aan dat de arm niet sterk is.

Belangrijke opmerkingen

  • countability:'Arm' is een telbaar zelfstandig naamwoord.
  • usage:Gecombineerd met woorden zoals 'stoel' en 'band' voor specifieke betekenissen.
  • register:Het woord wordt meestal in informele spreektaal gebruikt, maar ook in formele contexten.
  • irregular:Geen onregelmatige vormen, maar het meervoud is belangrijk om te leren.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.