NEDERLANDS
🇳🇱

Autorijden

WerkwoordA1

Hulpwerkwoord

hebben

onregelmatig (splitsbaar werkwoord)

Het werkwoord 'autorijden' is een splitsbaar werkwoord, wat betekent dat het voorvoegsel 'auto' gescheiden kan worden van 'rijden' in bepaalde zinsconstructies.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

  • jij / je, u, jullie

Voorbeelden

  • Ik heb nog nooit in het donker autogereden.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Als je voorzichtig autorijdt, gebeuren er geen ongelukken.

    tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

  • Rijden jullie auto naar het feest of gaan jullie met de trein?

    tegenwoordige tijd, vragende wijs

  • Hij reed auto toen hij plotseling een hert op de weg zag.

    verleden tijd, aantonende wijs

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.