🇳🇱

Baan

deZelfstandig naamwoordA1

Enkelvoudsvormen

'Baan' is een de-woord (vrouwelijk/mannelijk): 'de baan', 'een baan'.

Bepaald (de/het)
Onbepaald (een)
Zonder lidwoord

Meervoudsvormen

Het meervoud is 'banen', met een enkele -a-: 'de banen', 'veel banen'.

Bepaald (de)
Zonder lidwoord

Verkleinwoord

Een klein, vaak tijdelijk of informeel baantje — ook in de sportbetekenis: 'twintig baantjes zwemmen'.

informeel

Veelgebruikte samenstellingen

  • parttimebaan

    een baan voor minder dan fulltime uren

  • bijbaan

    een tweede baan naast een vaste baan of studie

  • zwembaan

    een afgebakend spoor in een zwembad

  • spoorbaan

    het spoor waarop een trein rijdt

Veelgebruikte woordcombinaties

  • vast

    'Vaste baan' betekent een baan voor onbepaalde tijd.

  • tijdelijk

    'Tijdelijke baan' is een baan voor een korte periode.

  • zoeken

    'Een baan zoeken' is solliciteren naar werk.

  • krijgen

    'Een baan krijgen' is aangenomen worden.

Belangrijke opmerkingen

  • usage:'Baan' heeft veel verschillende betekenissen: werk, sportbaan, rijbaan, orbit en strook stof of behang. De context maakt duidelijk welke bedoeld is.
  • countability:'Baan' is telbaar in alle betekenissen: 'één baan', 'twee banen', 'drie baantjes zwemmen'.
  • register:'Baantje' klinkt informeler dan 'baan' en wordt vaak gebruikt voor kleine of tijdelijke werkjes.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.