NEDERLANDS
🇳🇱

Baas

deZelfstandig naamwoordA1

Enkelvoudsvormen

'Baas' wordt meestal gebruikt om één persoon aan te duiden die de leiding heeft.

Bepaald (de/het)
Onbepaald (een)
Zonder lidwoord

Meervoudsvormen

'Bazen' wordt gebruikt om meerdere personen aan te duiden die leiding geven.

Bepaald (de)
Zonder lidwoord

Verkleinwoord

Wordt vaak gebruikt om een vriendelijke of minder formele versie van 'baas' aan te duiden, vaak in de context van huisdieren of kleine bedrijfjes.

informeel

Veelgebruikte samenstellingen

  • werkbaas

    iemand die de leiding heeft op een werkplaats

  • baasjesgedrag

    gedrag waarbij iemand zich als een baas opstelt

  • hoofdbureau

    het belangrijkste kantoor van een organisatie

Veelgebruikte woordcombinaties

  • over

    Gebruikt om aan te geven wie de leiding heeft over iets of iemand.

  • spelen

    Gebruikt om aan te geven dat iemand zich gedraagt alsof hij de leiding heeft, vaak negatief bedoeld.

  • zijn eigen baas

    Betekent dat iemand voor zichzelf werkt en niemand boven zich heeft.

Belangrijke opmerkingen

  • usage:In informele contexten kan 'baas' ook gebruikt worden om iemand aan te spreken, bijvoorbeeld: 'Hé baas, kun je me helpen?'
  • countability:'Baas' is een telbaar zelfstandig naamwoord. Het heeft zowel een enkelvoud als een meervoud.
  • register:In formele teksten of gesprekken wordt 'leidinggevende' of 'manager' vaak gebruikt in plaats van 'baas'.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.