Babbelen
Hulpwerkwoord
hebben
onovergankelijk werkwoord (geen lijdend voorwerp nodig)
Het werkwoord 'babbelen' betekent informeel praten, vaak over onbelangrijke of alledaagse onderwerpen. Het heeft een positieve of neutrale connotatie en wordt vaak gebruikt in sociale contexten.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Voorbeelden
Ik babbel elke ochtend met mijn buurvrouw.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Gisteren hebben we tot laat in de avond gebabbeld.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Babbel niet zo veel tijdens de film!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Als hij wat minder zou babbelden, konden we sneller werken.
onvoltooid verleden tijd, aantonende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.