NEDERLANDS
🇳🇱

Babbelen

WerkwoordB1

Hulpwerkwoord

hebben

onovergankelijk werkwoord (geen lijdend voorwerp nodig)

Het werkwoord 'babbelen' betekent informeel praten, vaak over onbelangrijke of alledaagse onderwerpen. Het heeft een positieve of neutrale connotatie en wordt vaak gebruikt in sociale contexten.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Voorbeelden

  • Ik babbel elke ochtend met mijn buurvrouw.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Gisteren hebben we tot laat in de avond gebabbeld.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Babbel niet zo veel tijdens de film!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Als hij wat minder zou babbelden, konden we sneller werken.

    onvoltooid verleden tijd, aantonende wijs

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.