Badgen
Hulpwerkwoord
hebben
zwak werkwoord, regelmatig (met enkele spellingvarianten in de verleden tijd)
Het werkwoord 'badgen' wordt voornamelijk gebruikt in de context van elektronische toegangssystemen, zoals het scannen van een pasje of identificatiebewijs om toegang te krijgen tot een gebouw of ruimte.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Voorbeelden
Ik badge mijn pasje elke ochtend bij de receptie.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Heb je je pasje al gebadged?
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Als je je pasje niet badget, kun je niet naar binnen.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Gisteren badgede ik mijn pasje drie keer omdat de scanner niet werkte.
verleden tijd, aantonende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.