NEDERLANDS
🇳🇱

Badge

de/hetZelfstandig naamwoord

Enkelvoudsvormen

'Badge' is een zelfstandig naamwoord dat meestal verwijst naar een klein voorwerp dat je draagt om iets aan te tonen, zoals je identiteit of lidmaatschap.

Bepaald (de/het)
Onbepaald (een)
Zonder lidwoord

Meervoudsvormen

De meervoudsvorm van 'badge' is 'badges'. Het wordt gebruikt als je het over meerdere badges hebt.

Bepaald (de)
Zonder lidwoord

Verkleinwoord

Het 'badgetje' wordt vaak gebruikt om iets schattig of klein aan te duiden, of om een vriendelijke toon aan te geven.

informeel

Veelgebruikte samenstellingen

  • naambadge

    Een badge met je naam erop.

  • politiebadge

    Een badge die politieagenten dragen.

  • veiligheidsbadge

    Een badge die toegang geeft tot beveiligde gebieden.

Veelgebruikte woordcombinaties

  • draag

    'Draag' wordt vaak gebruikt met 'badge' om aan te geven dat je het zichtbaar bij je hebt.

  • verzamel

    'Verzamel' wordt gebruikt als je meerdere badges hebt en deze bijhoudt.

  • toon

    'Toon' betekent dat je de badge laat zien aan iemand.

Belangrijke opmerkingen

  • usage:'Badge' wordt vaak gebruikt in contexten zoals werk, evenementen, of lidmaatschappen. Het is een leenwoord uit het Engels en wordt veel gebruikt in het Nederlands.
  • countability:'Badge' is een telbaar zelfstandig naamwoord. Je kunt dus zeggen 'één badge', 'twee badges', enzovoort.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.