🇳🇱
deZelfstandig naamwoord

Enkelvoudsvormen

Het enkelvoud van 'badhanddoek' verwijst naar één handdoek die je gebruikt na het baden of douchen.

Bepaald (de/het)
de badhanddoek
"De badhanddoek is droog."
Onbepaald (een)
een badhanddoek
"Ik heb een badhanddoek gekocht."
Zonder lidwoord
badhanddoek
"Badhanddoek ligt op de groene stoel."

Meervoudsvormen

Het meervoud zijn meerdere badhanddoeken, bijvoorbeeld voor een gezin.

Bepaald (de)
de badhanddoeken
"De badhanddoeken zijn zeer zacht."
Zonder lidwoord
badhanddoeken
"Ik heb een paar badhanddoeken nodig."

Verkleinwoord

badhanddoekje
"Het badhanddoekje is voor de baby."

Diminutief kan schattigheid of een kleinere versie betekenen.

informal

Veelgebruikte samenstellingen

  • badhanddoekenrek

    "Het badhanddoekenrek is vol."

    rek voor het ophangen van badhanddoeken

  • badhanddoekhouder

    "De badhanddoekhouder is handig."

    houder voor het bewaren van badhanddoeken

Veelgebruikte woordcombinaties

  • natte badhanddoek

    "De natte badhanddoek hangt over de rail."

    Uitdrukking om aan te geven dat de handdoek nat is door gebruik.

  • schone badhanddoek

    "Gebruik altijd een schone badhanddoek na het douchen."

    Verwijst naar de noodzaak van hygiëne.

Belangrijke opmerkingen

  • countability:'Badhanddoek' is een telbaar zelfstandig naamwoord.
  • register:Het woord is neutraal en kan in zowel formele als informele contexten worden gebruikt.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.