NEDERLANDS
🇳🇱

Balkon

hetZelfstandig naamwoordA1

Enkelvoudsvormen

'Balkon' is een het-woord en wordt meestal in het enkelvoud gebruikt om één balkon aan te duiden. Het kan zowel binnen als buiten gebruikt worden, bijvoorbeeld in een huis of appartement.

Bepaald (de/het)
Onbepaald (een)
Zonder lidwoord

Meervoudsvormen

De meervoudsvormen van 'balkon' zijn 'balkons' en 'balkonnen'. Beide vormen zijn correct, maar 'balkons' is gebruikelijker in alledaagse taal.

Bepaald (de)
Zonder lidwoord

Verkleinwoord

Het verkleinwoord 'balkonnetje' wordt vaak gebruikt om een klein of lief balkon aan te duiden. Het kan ook een gevoel van genegenheid of vertedering uitdrukken.

informeel

Veelgebruikte samenstellingen

  • balkonplant

    een plant die op een balkon groeit

  • balkondeur

    de deur die toegang geeft tot het balkon

  • balkonhek

    een hek of afscheiding rondom het balkon

Veelgebruikte woordcombinaties

  • op het balkon

    De vaste combinatie 'op het balkon' wordt gebruikt om aan te geven waar iemand zich bevindt of wat iemand doet.

  • balkon met uitzicht

    Deze combinatie benadrukt het uitzicht dat men vanaf het balkon heeft.

  • balkon renoveren

    Dit geeft aan dat het balkon hersteld of verbeterd gaat worden.

Belangrijke opmerkingen

  • usage:'Balkon' wordt vaak gebruikt in combinatie met werkwoorden zoals 'hebben', 'zitten', 'staan', en 'zetten'. Bijvoorbeeld: 'We hebben een groot balkon', 'Ik zit graag op het balkon'.
  • countability:'Balkon' is een telbaar zelfstandig naamwoord. Je kunt dus spreken van 'één balkon', 'twee balkons', enzovoort.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.