Ballen
Hulpwerkwoord
hebben
zwak werkwoord
Het werkwoord 'ballen' kan zowel letterlijk (bijv. deeg ballen) als figuurlijk (bijv. vuisten ballen) gebruikt worden.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u, wij / we, jullie
hij, zij / ze, het
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Voorbeelden
Ik bal het deeg elke ochtend voor het ontbijt.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Gisteren balde hij zijn vuisten tijdens de ruzie.
verleden tijd, aantonende wijs
Bal het deeg goed, anders wordt het brood niet lekker!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Het is belangrijk dat je het deeg balle voordat je het bakt.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.