Banen
debaan
Zelfstandig naamwoordwerk of functie
- werk dat iemand doet voor geld en dat vaak vast isIk heb een baan als leraar.
- afgebakend pad waarover iets of iemand beweegtDe trein rijdt op de baan.
- baanvormige ruimte of strook, zoals in zwembaden of luchthavensDe zwemmer blijft altijd in zijn eigen baan.
- baanvormig voorwerp, zoals een gordijnrail of filmrolDe baan van het gordijn hangt scheef.
debaan
Zelfstandig naamwoordweg of pad
- vaste betaalde werkkring bij een werkgeverIk heb een baan in een supermarkt.
- afgebakend pad waarover iets of iemand beweegtDe trein rijdt op de baan.
- tijdelijke of kleine klus, vaak voor extra geldIk heb een baantje in de supermarkt.
banen
Werkwoordiets effenen of opruimen
- een weg of doorgang vrijmaken door iets opzij te duwenDe vrijwilligers baanden een weg door het puin na de storm.
- zich met moeite een weg zoeken naar een doel of plekDe wandelaar baant zich een weg door het dichte bos.