Banken
Hulpwerkwoord
hebben
regelmatig werkwoord
Het werkwoord 'banken' wordt voornamelijk gebruikt in de context van financiële transacties verrichten bij een bank.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u, wij / we, jullie
hij, zij / ze, het
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Voorbeelden
Ik bank elke week om mijn financiën op orde te houden.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Gisteren heb ik gebankt om mijn huur te betalen.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Als je eerder had gebankt, was je niet te laat geweest met betalen.
voltooid verleden tijd, aantonende wijs
Bank vandaag nog om problemen te voorkomen!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.