🇳🇱

Banken

Hulpwerkwoord

hebben

regelmatig werkwoord

Het werkwoord 'banken' wordt voornamelijk gebruikt in de context van financiële transacties verrichten bij een bank.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u, wij / we, jullie

  • hij, zij / ze, het

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Voorbeelden

  • Ik bank elke week om mijn financiën op orde te houden.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Gisteren heb ik gebankt om mijn huur te betalen.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Als je eerder had gebankt, was je niet te laat geweest met betalen.

    voltooid verleden tijd, aantonende wijs

  • Bank vandaag nog om problemen te voorkomen!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.