🇳🇱
deZelfstandig naamwoord

Enkelvoudsvormen

Het woord 'basisschool' betekent 'eerste school' voor jonge kinderen.

Bepaald (de/het)
de basisschool
"De basisschool is belangrijk voor elk kind."
Onbepaald (een)
een basisschool
"Een basisschool moet goed bereikbaar zijn."
Zonder lidwoord
basisschool
"Basisschool is waar kinderen leren."

Meervoudsvormen

'Basisscholen' verwijst naar meerdere van deze scholen.

Bepaald (de)
de basisscholen
"De basisscholen in deze stad zijn goed."
Zonder lidwoord
basisscholen
"Er zijn veel basisscholen in Nederland."

Verkleinwoord

basisschooltje
"Het basisschooltje is dichtbij."

De diminutiefvorm 'basisschooltje' wordt vaak gebruikt om een schattige of kleine basisschool aan te duiden.

informal

Veelgebruikte samenstellingen

  • basisschoolleerling

    "Een basisschoolleerling moet goede cijfers halen."

    leerling van een basisschool

  • basisschooltijd

    "De basisschooltijd is vaak onvergetelijk."

    de periode dat iemand op de basisschool zit

Veelgebruikte woordcombinaties

  • naar de basisschool gaan

    "Ik ga elke dag naar de basisschool."

    Dit betekent dat kinderen naar school gaan om te leren.

  • basisschoolopleiding

    "De basisschoolopleiding duurt meestal acht jaar."

    Dit verwijst naar het onderwijs dat gegeven wordt op de basisschool.

Belangrijke opmerkingen

  • countability:Basisschool is een meetbaar of telbaar zelfstandig naamwoord.
  • register:Het woord wordt in informele gesprekken en formele teksten gebruikt.
  • usage:Basisschool wordt vaak afgebeeld in de context van onderwijs en kinderen.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.