Bedreigen
Hulpwerkwoord
hebben
overgankelijk werkwoord
Dit werkwoord wordt vaak gebruikt in contexten van conflict, intimidatie of dreiging, zowel fysiek als verbaal.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Voorbeelden
De man bedreigt zijn buurman al weken.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Zij heeft mij gisteren bedreigd.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Bedreig hem niet, dat helpt niet!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Het is belangrijk dat hij niemand bedreigt.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.