🇳🇱

Been

deZelfstandig naamwoordA1

Enkelvoudsvormen

Het woord 'been' kan zowel naar een lichaamsdeel als naar een poot van een meubelstuk verwijzen. In het enkelvoud gebruik je 'het been' of 'een been'.

Bepaald (de/het)
Onbepaald (een)
Zonder lidwoord

Meervoudsvormen

In het meervoud gebruik je 'de benen'. Dit geldt voor zowel lichaamsdelen als meubelpoten.

Bepaald (de)
Zonder lidwoord

Verkleinwoord

Gebruikt om iets schattig, klein of kwetsbaar aan te duiden, vaak bij kinderen of dieren.

informeel

Veelgebruikte samenstellingen

  • tafelbeen

    een poot van een tafel

  • kippenbout

    een stuk kip met been

  • beenmerg

    het zachte weefsel in botten

  • beenbreuk

    een breuk in een been

Veelgebruikte woordcombinaties

  • breken

    Gebruikt om aan te geven dat een been beschadigd is.

  • pijn doen

    Gebruikt om pijn in het been aan te geven.

  • strekken

    Gebruikt om aan te geven dat je je benen recht maakt.

  • kruis

    Vaak gebruikt in combinatie met het kruis (lichaamsdeel).

Belangrijke opmerkingen

  • irregular:Het meervoud van 'been' is 'benen', wat een onregelmatige meervoudsvorm is (geen -s of -en toevoeging met klinkerwisseling).
  • usage:'Been' kan zowel voor menselijke/animalische ledematen als voor meubelpoten gebruikt worden. Context bepaalt de betekenis.
  • countability:'Been' is telbaar. Je kunt zeggen 'één been', 'twee benen', enzovoort.
  • register:In medische contexten wordt vaak 'onderste extremiteit' gebruikt in plaats van 'been' voor meer precisie.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.