Begaan
Hulpwerkwoord
hebben
onregelmatig werkwoord
'Begaan' wordt vaak gebruikt in de context van het maken van fouten of het plegen van misdaden. Het heeft een negatieve connotatie.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
Voorbeelden
Ik bega soms kleine foutjes, maar ik doe mijn best om ze te vermijden.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij heeft een grote fout begaan door niet te luisteren naar het advies.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Zij beging een vergissing toen ze jong was, maar ze heeft ervan geleerd.
verleden tijd, aantonende wijs
Bega geen onverstandige dingen tijdens je reis!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.