Hulpwerkwoord hebben
werkwoord
Dit werkwoord geeft de vaardigheid of controle aan over iets.
Infinitief Ik wil graag het Nederlands beheersen.
Tegenwoordig deelwoord De beheersende partij beïnvloedt de beslissingen.
De beheersende leerling helpt zijn klasgenoten.
Voltooid deelwoord Hij heeft de situatie goed beheerst.
Tegenwoordige tijd ik
Ik beheers meerdere talen.
jij / je
Jij beheerst het onderwerp goed.
u
U beheerst deze vaardigheid uitstekend.
hij, zij / ze, het
Zij beheerst haar emoties goed.
wij / we
Wij beheersen de regels van de grammatica.
jullie
Jullie beheersen de apparatuur goed.
Verleden tijd ik
Ik beheerste het onderwerp tijdens de les.
jij / je
Jij beheerste de computerprogramma's goed.
u
U beheerste de situatie perfect.
hij, zij / ze, het
Hij beheerste het spel met gemak.
wij / we
Wij beheersten het debat afgelopen maandag.
jullie
Jullie beheersten de tijd goed tijdens de presentatie.
Gebiedende wijs Beheers je emoties tijdens het gesprek.
Aanvoegende wijs Ik hoop dat jij het onderwerp beheerse.
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.