Infinitief Ik moet leren hoe ik anderen kan bejegenen met respect.
Tegenwoordig deelwoord Hij is een bejegenend persoon, die altijd vriendelijk is.
De bejegenende leerlingen hielpen hun medestudenten.
Tegenwoordig deelwoord ik
Als ik hem zie, bejegen ik hem altijd vriendelijk.
jij / je
Jij bejegen vaak mensen met een glimlach.
u
U bejegen de gasten altijd met veel respect.
hij
Hij bejegen zijn collega's met vriendelijkheid.
zij / ze
Zij bejegen iedereen met een open houding.
het
Het bejegen van anderen is belangrijk.
wij / we
Wij bejegen onze vrienden altijd eerlijk.
jullie
Jullie bejegen de teamleden heel aardig.
Verleden tijd ik
Gisteren bejegende ik de nieuwkomers met open armen.
jij / je
Jij bejegende hem altijd goed, dat vergeten we niet.
u
U bejegende de bezoekers zeer gastvrij.
hij
Hij bejegende zijn vrienden met aandacht.
zij / ze
Zij bejegende haar leerlingen altijd met geduld.
wij / we
Wij bejegenden de bezoekers samen met enthousiasme.
jullie
Jullie bejegenden de nieuwe medewerkers heel vriendelijk.
Voltooid deelwoord Ik heb altijd iedereen bejegend met respect.
Aanvoegende wijs Moge hij elke persoon met vriendelijkheid bejegene.
Gebiedende wijs Bejegen de gasten altijd met respect!
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.