Beklimmen
Hulpwerkwoord
hebben
onregelmatig sterk werkwoord (klasse 3)
Het werkwoord 'beklimmen' wordt vaak gebruikt in de context van fysieke inspanning, zoals het beklimmen van bergen, trappen, muren of andere hoge objecten. Het kan ook figuurlijk gebruikt worden, bijvoorbeeld in de zin van 'een uitdaging beklimmen'.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Voorbeelden
Ik beklim elke zaterdag een nieuwe wandelroute.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij heeft gisteren de trap naar de kerktoren beklommen.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Beklim die ladder niet zonder hulp!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Zij beklommen de berg in minder dan drie uur.
verleden tijd, aantonende wijs
Het is noodzakelijk dat hij deze uitdaging beklimme.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.