Bemoeien
Hulpwerkwoord
hebben
reflexief (zich bemoeien)
Het werkwoord 'bemoeien' heeft vaak een negatieve connotatie en impliceert dat iemand zich mengt in zaken die hem of haar niet aangaan.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u, wij / we, jullie, zij / ze
hij, zij / ze, het
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
Voorbeelden
Ik bemoei me niet met politiek.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Zij bemoeide zich vorige week met de planning.
verleden tijd, aantonende wijs
Bemoei je er niet mee!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Hij heeft zich nooit met onze zaken bemoeid.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.