Attributieve vormen
Als je zegt 'de beschaafde man' of 'een beschaafd meisje', gebruik je 'beschaafd' vóór het zelfstandig naamwoord.
- Met bepaald lidwoord
- de beschaafde
- "De beschaafde man gedraagt zich goed."
- Met onbepaald lidwoord
- een beschaafd
- "Hij is een beschaafd persoon."
- Zonder lidwoord
- beschaafd
- "Ze spreekt beschaafd."
Predicatieve vorm
Na 'zijn' of 'worden' gebruik je altijd 'beschaafd': De man is beschaafd.
Vergrotende trap
Als je zegt 'beschaafder', dan vergelijk je twee dingen. Bijvoorbeeld: 'Hij is beschaafder dan zijn broer.'
- Grondvorm
- beschaafder
- "Hij is beschaafder dan de anderen."
- Met "dan"
- beschaafdere
- "Zij is de beschaafdere van de groep."
Overtreffende trap
De superlative vorm 'beschaafdste' gebruik je voor de hoogste graad. Bijvoorbeeld: 'Zij is de beschaafdste in de klas.'
- Attributief
- de beschaafdste
- "Hij is de beschaafdste man die ik ken."
- Predicatief
- beschaafdste
- "Hij is de beschaafdste in zijn klas."
Belangrijke opmerkingen
- usage:'Beschaafd' verwijst naar een manier van gedragen en spreken; het wordt vaak gebruikt bij mensen.
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.