Bescheiden
Hulpwerkwoord
hebben
zwak werkwoord, wederkerend (zich bescheiden)
Het werkwoord 'bescheiden' betekent 'zich nederig of niet opvallend gedragen'. Het wordt vaak gebruikt om aan te geven dat iemand niet opschept over zijn of haar prestaties of kwaliteiten.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u, wij / we, jullie
hij, zij / ze, het
Gebiedende wijs
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Voorbeelden
Ik **bescheid** me vaak als mensen me complimenten geven.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
**Bescheid** je niet zo, je hebt hard gewerkt voor dit resultaat!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Hij **bescheidde** zich toen zijn collega's hem prezen.
verleden tijd, aantonende wijs
Het is belangrijk dat je **je bescheide** in deze omgeving.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
Zij heeft zich altijd **bescheiden** gedragen, ook al is ze heel succesvol.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.