Hulpwerkwoord
hebben
werkwoord
Betekent gewoonlijk het uitgeven of gebruiken van tijd en middelen.
Infinitief
Tegenwoordig deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Gebiedende wijs
jij / je, u
jullie
Aanvoegende wijs
Voorbeelden
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.