🇳🇱
deBijvoeglijk naamwoord

Attributieve vormen

Als je zegt 'de beurse vloer' of 'een beurse plek', gebruik je 'beurse' vóór het zelfstandig naamwoord om te beschrijven dat iets pijnlijk of zere is.

Met bepaald lidwoord
de beurse
"De beurse vloer is nieuw."
Met onbepaald lidwoord
een beurse
"Ik heb een beurse plek op mijn arm."
Zonder lidwoord
beurs
"Het is een beurs geluid."

Predicatieve vorm

Na 'zijn' of 'worden' gebruik je altijd 'beurs': De vloer is beurs, dat betekent dat het pijn doet.

beurs
"De vloer is beurs."

Vergrotende trap

Als je iets vergelijkt, gebruik je 'beurser'. Bijvoorbeeld, 'deze plek is beurser dan mijn hand.'

Grondvorm
beurs
"Het is een beurs geluid."
Met "dan"
beurser
"Dit geluid is beurser dan dat andere."

Overtreffende trap

Voor de hoogste vorm gebruik je 'beurst': Dit is de beurst plek die ik ooit heb gehad.

Attributief
de beurst
"Dit is de beurst geluid ooit."
Predicatief
beurst
"Dit geluid is beurst."

Belangrijke opmerkingen

  • usage:'Beurs' is vaak gerelateerd aan een pijnlijke of zere plek. Het wordt meestal gebruikt in medische of fysieke context.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.