Attributieve vormen
Als je zegt 'de beurse vloer' of 'een beurse plek', gebruik je 'beurse' vóór het zelfstandig naamwoord om te beschrijven dat iets pijnlijk of zere is.
- Met bepaald lidwoord
- de beurse
- "De beurse vloer is nieuw."
- Met onbepaald lidwoord
- een beurse
- "Ik heb een beurse plek op mijn arm."
- Zonder lidwoord
- beurs
- "Het is een beurs geluid."
Predicatieve vorm
Na 'zijn' of 'worden' gebruik je altijd 'beurs': De vloer is beurs, dat betekent dat het pijn doet.
Vergrotende trap
Als je iets vergelijkt, gebruik je 'beurser'. Bijvoorbeeld, 'deze plek is beurser dan mijn hand.'
- Grondvorm
- beurs
- "Het is een beurs geluid."
- Met "dan"
- beurser
- "Dit geluid is beurser dan dat andere."
Overtreffende trap
Voor de hoogste vorm gebruik je 'beurst': Dit is de beurst plek die ik ooit heb gehad.
- Attributief
- de beurst
- "Dit is de beurst geluid ooit."
- Predicatief
- beurst
- "Dit geluid is beurst."
Belangrijke opmerkingen
- usage:'Beurs' is vaak gerelateerd aan een pijnlijke of zere plek. Het wordt meestal gebruikt in medische of fysieke context.
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.